Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

r.a.d.rotator

Beleidskader: Ruimte voor Energie

Beleidskader ruimte voor energie

Vlaanderen staat voor een uitdaging inzake energie. Ruimtelijke ordening kan en moet hier een rol in spelen. Het klimaat- en energiebeleid enerzijds en het ruimtebeleid anderzijds zijn immers sterk verweven met elkaar. De manier waarop de ruimte is ingericht (de onderlinge plaatsing van functies, het bestaan van netwerken, de meerlagigheid, …) is bepalend zowel voor het energieverbruik (vraag én efficiëntie) als voor de mogelijke inzet van bepaalde vormen van energieproductie (afhankelijk van de verweefbaarheid van productie-installaties en transportinfrastructuur).

Anderzijds heeft het energiebeleid ook een duidelijke impact op de ruimtelijke inrichting. De sterke centrale energieproductie – door een beperkt aantal productie-eenheden (kerncentrales, gascentrales, etc.) – die wijzigt naar een versnipperde energieproductie met veel meer kleine, decentraal gelegen productie-eenheden (windturbines, photovoltaïsche panelen, biomassacentrales, …), brengt een grotere ruimtelijke impact met zich mee. Een succesvol energiebeleid kan met andere woorden niet los gezien worden van een vertaling in en een ondersteuning door een gericht ruimtelijk beleid.

Dit beleidskader gaat uit van vier beleidslijnen. Het is duidelijk dat het verminderen van de energievraag prioritair is. De meest koolstofarme energie is immers diegene die je niet gebruikt. Op de tweede plaats wordt ingezet op het verhogen van het aandeel hernieuwbare bronnen en ten slotte wordt gestreefd naar een grotere efficiëntie.  De volgorde van de doelstellingen is daarbij niet toevallig en volgt de Trias Energetica logica, die ons leert welke opeenvolgende stappen genomen moeten worden bij het maken van keuzes over energiegebruik. Tot slot is ook een aanpassing van de energie-infrastructuur noodzakelijk om de bevoorradingszekerheid te garanderen, een groter aandeel hernieuwbare energie op te vangen en om een Europese energiemarkt mogelijk te maken. Dit beleidskader bestaat bijgevolg uit  vier beleidslijnen:

  • Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan
  • Maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen (wind, zon, aardwarmte, water, …)
  • Verhoog de energie-efficiëntie (WKK, warmtepomp, warmtenetten, …
  • Zorg voor een performant energienetwerk (met sterke Europese interconnectie) en de nodige infrastructuur voor de opslag van energie