Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Nieuws

25.02.2019
Het besluit inzake een vereenvoudigde procedure om bepaalde verouderde inrichtingsvoorschriften te wijzigen treedt in werking op 7 maart

Verouderde of te gedetailleerde voorschriften van BPA’s of APA’s en inrichtingsvoorschriften van sommige gemeentelijke RUP’s verhinderen vaak een beter ruimtelijk rendement op het terrein. Dat komt door de sterk opgedeelde zonering (gebouwen, tuinen,…) en de gedetailleerde voorschriften over bouwdieptes, volumes en omschreven bouwtypologieën.

De Codextrein (decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving) heeft een procedure in de VCRO ingevoerd om dergelijke verouderde of te gedetailleerde voorschriften te herzien of op te heffen. Deze procedure biedt een wat soepeler alternatief voor een klassieke planwijziging.

Als het BPA ouder is dan 15 jaar,  kan er onder bepaalde voorwaarden een eenvoudigere regeling toegepast worden. Deze bepalingen om van voorschriften van BPA’s ouder dan 15 jaar af te wijken, worden geregeld in artikel 4.4.9/1 van de VCRO.

Door inrichtingsvoorschriften aan te passen of op te heffen worden vormen van ruimtelijke rendementsverhoging bevorderd: intensivering van het ruimtegebruik, verweving van verschillende functies, het hergebruik van constructies en het tijdelijk toelaten van ruimtegebruik. Meer toelichting alsook enkele FAQ rond dit thema vindt u hier onder punt F.

De nieuwe procedure is een uitzonderingsprocedure en heeft daarom een duidelijk afgebakend en voldoende beperkt toepassingsgebied. Deze soepele procedure kan niet worden toegepast om bestemmingswijzigingen door te voeren (enkel de inrichtingsvoorschriften zoals omschreven in artikel 7.4.4/1, §1, binnen de marges van de gewestplanbestemming). Bijkomend is in paragraaf 2 van dit artikel, voor gemeentelijke RUP’s, toegevoegd dat geen wijzigingen kunnen worden aangebracht aan voorschriften over de toegelaten functies.

Een APA, BPA of RUP vormt het kader voor het toekennen van vergunningen voor projecten. Voor de herziening of opheffing van de voorschriften moet de generieke procedure voor de planmilieueffectrapportage van het DABM gevolgd worden. Gezien de aard van de plannen waarvoor de soepelere planwijzigingsprocedure kan worden gevolgd, zal een beperkte screening doorgaans volstaan. Meestal zal de herziening of de opheffing enkel een kleine wijziging van een bestaand plan inhouden, waarvoor overeenkomstig artikel 4.2.3, §3 DABM geen plan-MER moet worden opgemaakt als de initiatiefnemer met een plan-m.e.r.-screening aantoont dat de herziening of opheffing geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Ook wanneer het plan het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau, kan de initiatiefnemer overeenkomstig artikel 4.2.3, §3 DABM gebruik maken van de plan-m.e.r.-screening. De plan-m.e.r. wordt uitgevoerd voorafgaand aan de adviesvraag en het openbaar onderzoek van de herzienings- of opheffingsprocedure.

De soepele procedure verloopt schematisch als volgt (artikel 7.4.4/1 VCRO en uitvoeringsbesluit):

Op 11 januari 2019 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit goed dat een aantal aspecten verder uitwerkt. Het gaat hier om de oplijsting van de adviesinstanties en de minimale organisatorische en procedurele vereisten bij het openbaar onderzoek.

Er wordt gewerkt aan een aanpassing van het digitale platform zodat deze procedure in de toekomst via die weg kan verlopen. Tot dan verloopt de advisering over de voorgenomen herziening of opheffing analoog.

De nota aan de Vlaamse Regering bij het op 30 november 2018 principieel goedgekeurd besluit bespreekt de verschillende stappen in het procedureverloop meer in detail.

De decretale bepalingen en het uitvoeringsbesluit treden samen in werking.  Van de soepele herzienings- of opheffingsprocedure kan dus gebruik gemaakt worden 10 dagen na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad.  De publicatie gebeurde op 25 februari 2019, dus vanaf 7 maart 2019.