Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

 

GEÏNTEGREERD GRONDBELEIDSINSTRUMENTARIUM

Financieel instrumentarium grondbeleid

Er bestaan heel wat financiële instrumenten buiten het beleidsdomein ruimtelijke ordening die een belangrijke impact hebben op ruimtelijke ontwikkelingen en het grondbeleid (bv. onroerende voorheffing,  onteigening, erfbelasting, subsidies…).

Omgekeerd kan het ruimtelijk beleid net zozeer een (financiële) impact hebben op andere beleidsdomeinen , bv. via bestemmingswijzigingen, strategische projecten, gebiedsgericht beleid en ontwikkelingsprogramma’s, afwerkingsregel, zonevreemdheid, vrijstellingen vergunningsplicht…

Momenteel lopen volgende acties om de financiële aspecten van ruimtelijk beleid en grondbeleid beter te doorgronden en hier betere of nieuwe instrumenten rond op te bouwen. Het gaat om de volgende onderwerpen:

 

 

FINANCIËLE INSTRUMENTEN UIT DE INVENTARIS VAN DE GROND- EN PANDENBELEIDSINSTRUMENTEN

Instrumenten voor financiering, subsidies en vergoedingen aan derden
Instrumenten voor heffingen
  • Bodemsaneringsfonds
  • Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen
  • Gebruikerscompensatie
  • Grondfonds
  • Kapitaalschadecompensatie
  • Planschadecompensatie
  • Rollend Grondfonds
  • Stelsel min- en meerwaarden / financiële vergoedingsmechanismen
  • Vernieuwingsfonds
  • Diverse subsidies
  • Dienstenvergoeding
  • Vergoeding voor waardeverlies van gronden
  • Vergoeding voor vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie en bedrijfsstopzetting
  • Activeringsheffing
  • Erfbelasting (successierechten)
  • Heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten
  • Leegstandsheffing op gebouwen en woningen
  • Onroerende voorheffing
  • Planbatenheffing
  • Registratiebelastingen
  • Gemeentelijke heffing op tweede verblijven

 

 
Financiële verevening in het kader van ruimtelijk beleid

In oktober 2015 heeft Ruimte Vlaanderen (vanaf 1 april 2017: Departement Omgeving) een verkennend onderzoek afgerond over ‘financiële verevening’ tussen lokale overheden. De studie werd mee begeleid door het Agentschap Ondernemen, het Agentschap Binnenlands Bestuur, VLABEL, het Departement Financiën en Begroting, WVI, Vlinter, VVSG, POM Antwerpen en de provincie Vlaams-Brabant.

Lokale overheden geven aan dat de intergemeentelijk realisatie van ruimtelijke projecten niet evident is omwille van de belangrijke financiële consequenties, op korte en lange termijn. Zo genereren nieuwe verkavelingen of bedrijventerreinen extra gemeente-inkomsten op korte termijn, bijvoorbeeld via gemeentelijke opcentiemen, maar zorgen ze ook voor aanzienlijke kosten op middellange termijn die vaak onderschat worden, zoals onderhoudskosten en vernieuwingskosten van het openbaar domein.

Het onderzoek heeft een rekenmodel opgeleverd dat de inkomsten en uitgaven op een generieke manier in beeld brengt en kan worden gebruikt door individuele gemeenten. Daarnaast werden ook concepten verkend waarbinnen gemeenten onderling afspraken kunnen maken over de verdeling van die toekomstige kasstromen, onder andere via contractuele samenwerking en begrotingsfondsen.

Het afgeronde onderzoek is een eerste noodzakelijke stap voor het verdere beleidstraject. We werken daaraan, samen met (inter)lokale en provinciale partners en de betrokken beleidsvelden die de studie hebben opgevolgd.

Dit initiatief wordt getrokken door Ruimte Vlaanderen (vanaf 1 april 2017: Departement Omgeving).

Harmonisering van financiële vergoedingen

Gelijktijdig met de goedkeuring van het Decreet Landinrichting besliste de Vlaamse regering om dertien bestaande compenserende vergoedingen, die momenteel voorzien bij beperkende of nadelige gevolgen van beleidsprocessen op het grondgebruik, op elkaar af te stemmen.

De harmonisering heeft betrekking op procedures en de daaraan gekoppelde timing, berekeningswijzen en verantwoordelijkheden inzake uitbetaling. Het evenwicht met bestaande heffingen, zoals de planbatenheffing, moet daarbij bewaakt worden. De conceptnota over de harmonisering (VR 2013 2012 DOC 1580-1) bevat al algemene principes voor een nieuw vergoedingsstelsel.

Dit initiatief wordt getrokken door de Vlaamse Landmaatschappij.

 

Evaluatie en aanpassing planbatenregeling

Als gevolg van beslissingen in het ruimtelijk ordeningsbeleid kan de vastgoedwaarde van individuele onroerende goederen stijgen of dalen. Die stijging/daling wordt voor een deel gevat door bestaande heffingen/compensaties vanuit de overheden. Planbaten, planschade, kapitaalschade en gebruikerscompensatie zijn voorbeelden die gekoppeld (kunnen) zijn aan een bestemmingswijziging. Maar sinds de invoering van het planschadesysteem (Wet op de Stedenbouw, 1962) en de planbatenheffing (VCRO, invoering in 1999 en implementatie in 2009) is er nog geen fundamentele evaluatie geweest van beide systemen en hun onderlinge relatie.

De departementen Ruimte Vlaanderen (vanaf 1 april 2017: Departement Omgeving) en Financiën en Begroting hebben voor planbaten op 30 oktober 2013 een Monitoringrapport uitgebracht. Het rapport onderzoekt de effectiviteit van de planbatenheffing, in navolging van de decretale verplichting om de heffing te evalueren (art. 2.6.19, VCRO). Daarin zijn de operationele aspecten (inkohiering, inning, indiening bezwaren, doorstromen van opbrengsten naar lokale besturen…) onderzocht.

Een meer fundamentele en strategische beleidsevaluatie van de planbatenregeling is nu in voorbereiding, onder meer ook vanuit haar samenhang met het planschadesysteem en de mogelijke introductie van verhandelbare ontwikkelingsrechten.

De planschaderegeling maakt ook deel uit van een lopende harmonisering van diverse financiële vergoedingsmechanismen. Die conceptnota is zo de rechtstreekse aanleiding voor een fundamentele evaluatie van de planschaderegeling.

Dit initiatief wordt getrokken door Ruimte Vlaanderen (vanaf 1 april 2017: Departement Omgeving).