Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Inkomsten uit handhaving

In het DABM is de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke dwangsommen bij bestuurlijke maatregelen recent toegekend aan lokale toezichthouders. De wijziging aan artikel 16.5.1, §1, van het DABM over het toebedelen van daaraan gekoppelde inkomsten kwam er op advies van de Minaraad bij het betreffende wijzigingsdecreet van 8 juni 2018 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. Naar analogie met deze recent goedgekeurde wijziging worden de inkomsten van de bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom in de VCRO in voorliggend artikel ook toebedeeld aan de lokale overheden op wiens grondgebied de dwangsommen zijn opgelegd.

In de VCRO is de bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom immers eveneens een recent ingevoerd bestuurlijk instrument inzake ruimtelijke ordening dat sedert 1 maart 2018 kan ingezet worden door lokale handhavers in uitvoering van hun lokaal handhavingsbeleid.

Op basis van de voorliggende wijziging kunnen de bestuurlijke dwangsommen opgelegd als accessorium van bestuurlijke herstelmaatregelen tot herstel in de oorspronkelijke toestand, staking van het gebruik of aanpassingswerken, alsook de daaraan verbonden inningskosten, geïnd en ingevorderd worden door het niveau dat verantwoordelijk is voor het opleggen van de last onder dwangsom. De wijze van inning door de burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur, die ook bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan zijn aangesteld, is reeds bepaald in artikel 6.4.16 van de VCRO. Hier gaat het in voorliggend artikel alleen om de toewijzing van de inkomsten die verandert. De inkomsten van deze bestuurlijke dwangsommen van last onder dwangsom die door de burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur zijn opgelegd en door hen worden geïnd, alsook de kosten verbonden aan de inning ervan, dienen derhalve niet meer aan het Grondfonds te worden doorgestort.

Terug naar overzicht