Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Systeem van meldingen

In het Milieuvergunningendecreet (1985) en VLAREM I (1991) werd ervoor geopteerd dat het voor ingedeelde inrichtingen en activiteiten van de derde klasse volstond dat de lokale overheid op de hoogte was en eventueel bijzondere milieuvoorwaarden kon opleggen als de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van VLAREM II niet volstonden (uitzonderlijk).
De exploitatie van meldingsplichtige projecten kon starten de dag nadat de melding per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs werd gedaan.  Er volgde een aktename maar dit werd niet beschouwd als een beslissing.

Bij ruimtelijke ordening gold het meldingssysteem waarbij de gemeente binnen de 30 dagen (ordetermijn) akte moest nemen van de melding (of geen akte namen). De bevoegde overheid ging na of de melding conform de reglementering was gebeurd.

Het Omgevingsvergunningendecreet integreerde de twee systemen van meldingen die bestonden onder enerzijds het Milieuvergunningendecreet (1985) en VLAREM I (1991) en anderzijds de VCRO, waarbij werd gekozen voor het “strengste” systeem.

Ook voor meldingen inzake inrichtingen of activiteiten van de derde klasse was sindsdien een beslissing onder de vorm van een aktename nodig vooraleer er gestart kon worden met de activiteiten.

Vandaag de dag moet een melding ingediend worden bij de overheid, die bevoegd is voor het project. Dit is vaak de gemeente, maar dat kan ook de deputatie of Vlaanderen zijn.

De bevoegde overheid gaat vervolgens na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:

1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;

2° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.

Is dit het geval, neemt deze overheid akte van de melding. Zijn de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden, dan wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.

De beslissing over de aktename wordt genomen binnen een ordetermijn van 30 dagen.

De gemelde handelingen of activiteiten mogen maar uitgevoerd of geëxploiteerd worden de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte. Met andere woorden, men moet de meldingsakte afwachten.

Het Verzameldecreet 2019 brengt hieraan enkele, toch wel fundamentele wijzingen aan.

1) Bevoegde overheid
Voortaan is steeds het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor meldingen, tenzij de melding vervat zit in een vergunningsaanvraag waarvoor de deputatie of Vlaanderen bevoegd is.

Let wel, hoort een inrichting of activiteit van de derde klasse bij een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse, dan is deze exploitatie vergunningsplichtig op grond van artikel 5.2.1 van het DABM.  In dat geval moet worden nagegaan wie de bevoegde overheid is voor de vergunningsprocedure.

Daarnaast wordt, gelet op de beperkte beoordelingsmarge die bestaat bij meldingen, ook de gemeentelijke omgevingsambtenaar bevoegd voor aktenames of weigeringen.
Deze mogelijkheid was bij een eerder aanpassing van artikel 107 door het decreet van 8 december 2017 weggevallen. Dit wordt aldus hersteld.

2) Vervaltermijn en stilzwijgende aktename
Van de beslissingstermijn, die een termijn van orde was,wordt een vervaltermijn gemaakt.
In tegenstelling tot bij een vergunning, staat het laten verstrijken van de beslissingstermijn niet gelijk aan een weigering (van aktename), maar wel aan een stilzwijgende positieve beslissing, namelijk een stilzwijgende aktename.

Ook wordt de beslissingstermijn zelf deels ingekort.

Zo zal de termijn om uitspraak te doen over een melding

- 20 dagen bedragen als het een melding betreft die louter slaat op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

- 30 dagen bedragen als de melding meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen bevat.Dit onderscheid is te verantwoorden door het verschil in te controleren aspecten.

Bij de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse dient men louter de indelingslijst te verifiëren.

Bij meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen dient men deze handelingen niet alleen te leggen naast het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, maar moet ook de overeenstemming met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, RUP’s, plannen van aanleg of vergunningen voor het verkavelen van gronden, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van omgevingsvergunningen nagegaan worden en de plaats waar de handelingen uitgevoerd zouden worden.

3) Bekendmaking binnen eenzelfde termijn
Binnen deze termijn van 20 respectievelijk 30 dagen moet niet alleen de beslissing over de melding genomen worden, maar moet deze beslissing ook nog bekendgemaakt worden.
Gelet op de stilzwijgende aktename en het feit dat een project uitgevoerd of geëxploiteerd mag worden de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte dan wel de dag na het verstrijken van de termijn van 20 respectievelijk 30 dagen, moet de melder bij het verstrijken van de termijn op de hoogte zijn van de beslissing.
Spreekt de bevoegde overheid zich niet uit over het meldingsplichtig, niet-verboden karakter van het voorwerp van de melding dan wel maakt zij haar beslissing niet kenbaar binnen de vervaltermijn, wordt de melding geacht stilzwijgend te zijn geakteerd.

Concreet betekent dit dat bij een melding voor louter een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse, ingediend op 1 mei, de beslissing uiterlijk 21 mei genomen en aan de melder ter kennis gegeven moet zijn. Het project kan dan, in geval van een uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename, worden uitgevoerd of geëxploiteerd vanaf 22 mei.
Op 22 mei zal de melder niet alleen op de hoogte moeten zijn van de aktename maar ook van eventuele voorwaarden, opgelegd in een meldingsakte. Omgekeerd, bij weigering van aktename, zal de melder ook kennis moeten hebben van de beslissing, om te voorkomen dat hij ervan uit zou gaan dat er een stilzwijgende aktename is gebeurd, en hij de stedenbouwkundige handelingen uitvoert/de exploitatie aanvangt, terwijl dit niet het geval zou mogen zijn.

In geval van een melding die digitaal werd ingediend, zal dit neerkomen op het registreren van de beslissing in het Omgevingsloket. De beslissing en de kennisgeving kunnen op dezelfde dag gebeuren.
Bij analoge kennisgevingen zal er rekening mee gehouden moeten worden dat de kennisgeving tijdig gebeurt

4) Inwerkingtreding en overgangsregeling
Dit gewijzigd systeem vraagt om een aanpassing van het uitvoeringsbesluit en het Omgevingsloket. Vandaar dat de Vlaamse Regering machtiging kreeg om de datum van inwerkingtreding van deze wijziging te bepalen.

Zo zullen onder meer de bepalingen rond de termijn van bekendmaking en de wijzen van bekendmaking van de meldingsakte (aanplakking van een affiche, publicatie op de website, een individuele kennisgeving en een terinzagelegging) aangepast moeten worden.Hierbij zal rekening gehouden moeten worden met een spoedige aanplakking van een affiche, om betrokken derden op de hoogte te brengen van de (uitdrukkelijke dan wel stilzwijgende) beslissing over de melding.
Immers, in een regeling waar men de dag na uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename kan beginnen met uitvoeren/exploiteren, is het geen optie om enkele dagen te wachten om een beslissing kenbaar te maken. Betrokken derden zullen namelijk uiterlijk op het ogenblik van het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen of de exploitatie op de hoogte moeten zijn van het geakteerde karakter van deze handelingen of exploitatie, en eventuele voorwaarden die hieraan werden gesteld.

Daarnaast is voorzien dat meldingen die zijn verricht voor de datum van inwerkingtreding van het nieuwe systeem, behandeld worden overeenkomstig de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd ingediend. Met andere woorden, de stilzwijgende aktename zal maar gelden voor meldingen, ingediend vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe systeem.

Terug naar overzicht