Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Voorschriften van verkavelingen

Verkavelingsvoorschriften behouden als weigeringsgrond

Bij decreet van 8 december 2017 werd een aanpassing doorgevoerd in artikel 4.3.1 van de VCRO waardoor de voorschriften van verkavelingen die ouder zijn dan vijftien jaar niet langer een weigeringsgrond vormen voor de beoordeling van vergunningsaanvragen. Deze bepaling geldt niet voor verkavelings­voorschriften die betrekking hebben op openbare wegenis en het openbaar groen. Deze bepaling werd ingeschreven omdat verouderde verkavelingsvoorschriften vaak een rem zetten op nieuwe ontwikkelin­gen die tot doel hebben het ruimtelijk rendement te verhogen en zodoende de druk op de open ruimte te verminderen. Het is een regeling die strikt geïnterpreteerd moet worden en niet automatisch recht geeft op een vergunning.

In de praktijk wordt deze bepaling soms aangewend om grootschalige meergezinswoningen aan te vra­gen binnen de context van een goedgekeurde verkaveling van eengezinswoningen met beperkt gabarit, terwijl deze niet steeds goed gelegen zijn. Het is voor de vergunningverlenende overheid, zowel in eerste aanleg als in graad van beroep, niet evident om de aanvraag te weigeren louter op basis van de niet-verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening.

Daarom wordt artikel 4.3.1 van de VCRO aangepast, zodat de gemeente gebiedsgericht een afweging kan maken in functie van de ligging van de percelen en het belang dat zij aan de betrokken verkaveling hecht. Het behouden van die verkavelingsvoorschriften als weigeringsgrond heeft wel betrekking op de verkaveling in zijn geheel.

De gemeenteraad kan dus voor verkavelingen waarvan de voorschriften de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen niet in de weg staan, maar die integendeel de ruimtelijke kwaliteit op die plaats garanderen, beslissen dat de voorschriften behouden blijven als weigeringsgrond. Bij de opmaak van deze beslissing hoeft de gemeenteraad niet te wachten tot de verkaveling effectief ouder is dan vijftien jaar, maar kan de gemeenteraad hierop anticiperen.

Gemeenten kunnen dus differentiëren en bepalen welke verkavelingen niet in aanmerking komen voor de bepaling dat voorschriften van oudere verkavelingen geen weigeringsgrond meer vormen. Op die manier kunnen ze sturend optreden in de ruimtelijke ontwikkeling met mogelijkheden voor hoger ruim­telijk rendement waar gewenst.

De beslissing van de gemeenteraad geldt voor onbepaalde duur. Indien de gemeente na verloop van tijd van oordeel is dat voor de verkaveling in kwestie de weigeringsgrond opnieuw kan worden opgeheven, kan ze uiteraard een nieuwe gemeenteraadsbeslissing in die zin nemen.

De beslissing van de gemeenteraad wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en treedt veertien dagen later in werking. Om problemen te voorkomen met lopende vergunningsaan­vragen wordt bepaald dat de gemeenteraadsbeslissing van toepassing is op aanvragen, ingediend na inwerkingtreding van betrokken beslissing.

De gemotiveerde beslissing van de gemeenteraad om voorschriften van meer dan vijftien jaar oude verkavelingen te behouden als weigeringsgrond, moet overeenkomstig artikel 5.1.2, §1, tweede lid, 5°, van de VCRO worden opgenomen in het vergunningenregister. Deze beslissing is immers een adminis­tratieve beslissing met betrekking tot een verkavelingsvergunning respectievelijk vergunning voor het verkavelen van gronden.

De gemeenteraadsbeslissing inzake het behoud als weigeringsgrond heeft geen invloed op de toepas­baarheid van de regeling, vermeld in artikel 4.4.1, §3, van de VCRO. Deze paragraaf 3 bepaalt dat onder voorwaarden onderhoudswerken en vrijgestelde handelingen niet beschouwd worden als strijdig met voorschriften van het gewestplan, algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale RUP’s en meer dan vijftien jaar oude verkavelingen.

Dat heeft tot gevolg dat de voorschriften van een vijftien jaar oude verkaveling eventueel wel een weigeringsgrond vormen voor vergunningen als de gemeenteraad hiertoe besloten heeft, maar dat de vrijgestelde handelingen wel nog kunnen, ook al zijn deze in strijd met de voorschriften van de meer dan vijftien jaar oude verkaveling.

 

Gemotiveerd verwijzen naar verkavelingsvoorschriften als actuele criteria inzake goede ruimtelijke ordening

Daarnaast wordt, in het kader van de beoordeling van een concrete vergunningsaanvraag, de uitdruk­kelijke mogelijkheid ingeschreven in de VCRO dat de vergunningverlenende overheid gemotiveerd naar bepaalde voorschriften van een meer dan vijftien jaar oude verkaveling kan verwijzen, waarbij zij aangeeft dat deze voorschriften nog steeds belangrijke actuele criteria omvatten om op die specifieke plaats de goede ruimtelijke ordening te motiveren (art. 4.3.1, §2, 2°, VCRO).

Immers, de regeling dat de strijdigheid met de voorschriften van oude verkavelingen niet langer een automatische weigeringsgrond is, betekent niet dat de voorschriften geen belangrijke actuele criteria meer zouden kunnen bevatten om de goede ruimtelijke ordening te beoordelen. Ook vandaag kan men bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening nog naar deze verkavelingsvoorschriften verwijzen om een vergunning te weigeren. Dit blijkt in de praktijk echter niet duidelijk te zijn. Om die reden wordt deze mogelijkheid uitdrukkelijk ingeschreven.

De vergunningverlenende overheid heeft hierbij de mogelijkheid om bepaalde voorschriften wel nog actueel te bevinden, terwijl zij over andere voorschriften misschien van oordeel is dat deze niet meer actueel zijn en ruimtelijk rendement in de weg te staan.

Bijvoorbeeld: Zo kan een gemeente het voorschrift met betrekking tot  eengezinswoningen nog steeds een actueel voorschrift vinden, maar de in de meer dan vijftien jaar oude verkaveling voorziene bouwvrije strook van 6 meter niet. De vergunning­verlenende overheid zal telkens op het niveau van de vergunningsaanvraag dienen te motiveren welke voorschriften zij als criteria van de goede ruimtelijke ordening wenst te behouden.

 

             Toepassing van zonevreemde basisrechten

Artikel 4.3.1, §1, 1°, c) van de VCRO houdt in dat de voorschriften van verkavelingen die ouder zijn dan vijftien jaar geen weigeringsgrond meer vormen bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen (behalve wat betreft voorschriften die betrekking hebben op wegenis en openbaar groen). Men kan als het ware abstractie maken van deze oude voorschriften, zodat geen afwijking of bijstelling nodig is. Men schuift de verkavelingsvoorschriften opzij, waarna het onderliggende bestemmingsplan naar boven komt. Dit bestemmingsplan vormt dan de toetssteen voor de aanvraag. Deze regel geldt in principe ook voor ‘zonevreemde verkavelingen’. Bij het ‘terzijde schuiven’ van de verkavelingsvoorschriften komt dan wel de strijdige (gewest)planbestemming naar boven. Voor onbebouwde loten in een zonevreemde verkaveling betekent dit dat de eigenaar toch enkel zal kunnen bouwen overeenkomstig de verkavelingsvoorschriften, die blijven bestaan en een vergunningsgrondslag blijven vormen. In toepassing van de onderliggende gewestplanbestemming kan men immers niet zonevreemd bebouwen.

Voor bebouwde loten in een zonevreemde verkaveling betekent het evenzeer dat een aanvraag – nadat abstractie wordt gemaakt van de oude verkavelingsvoorschriften op grond van artikel 4.3.1, §1, 1°, c) van de VCRO – moet worden getoetst het onderliggende, strijdige (gewest)plan. Voor bebouwde loten was het de bedoeling van de decreetgever dat men toepassing kon maken van de zonevreemde basisrechten. Men valt immers terug op de onderliggende (gewest)planbestemming en er is een bestaande toestand, zodat toepassing kan gemaakt worden van de zonevreemde basisrechten.

Dit heeft als gevolg dat de definitie van “zonevreemde constructie” in de VCRO diende aangepast te worden. De huidige definitie leidt er immers toe dat constructies die gelegen zijn binnen (ook zonevreemde) verkavelingen niet als zonevreemde constructie kunnen worden beschouwd, en bijgevolg niet in aanmerking komen voor de toepassing van de zonevreemde basisrechten. Artikel 4.4.10, §1, eerste lid, van de VCRO bepaalt immers dat de zonevreemde basisrechten van toepassing zijn op (hoofdzakelijk vergunde en niet verkrotte) zonevreemde constructies. Door in de definitie toe te voegen dat enkel constructies die zijn gelegen buiten een verkaveling die jonger is dan vijftien jaar, zonevreemd zijn, wordt bekomen dat constructies die gelegen zijn in de meer dan vijftien jaar oude verkavelingen, toch als zonevreemde constructies kunnen worden beschouwd ingeval de onderliggende gewestplanbestemming als toetsingsgrond naar boven komt.

 

 

Terug naar overzicht