Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Mens, kwaliteit en gezondheid

Waarover gaat het?

Het onderzoekspoor benadert ruimtelijke ontwikkelingen en evoluties vanuit het perspectief van de mens en focust op twee verwante thema’s: leefbaarheid en beleefbaarheid.

Leefbaarheid gaat over omgevingselementen die te maken hebben met gezondheid en welzijn. Voor het ruimtelijk beleid wordt in het kader van gezondheid vooral de link gelegd met fijn stof, geluidoverlast en de rol van groen(e netwerken) als remediërende factor. Welzijn wordt eerder gelinkt aan voldoende en kwalitatieve ruimte voor rust, ontspanning, recreatie en fysieke inspanningen.

Beleefbaarheid heeft te maken met het vatten van de eigenheid van een specifieke plaats, vanuit het standpunt van de mens. Het onderzoekspoor benadert de ruimte daarom expliciet vanuit het subject, de mens als waarnemer, eerder dan vanuit het object, de fysieke kenmerken van de omgeving. Er wordt een link gezocht tussen veranderingen van fysische (landschaps)kenmerken van een gebied en de waardering ervan door de mens. (bv. het plaatsen van windturbines in een landschap, of de wijze van verdichten van een dorpskern, het behouden van mensenmaat bij het ontwikkelen of transformeren van gebieden …) Er gaat ook aandacht naar ruimtelijke kwaliteit die samenhangt met de betekenis die de ruimte heeft voor de mens. Het Beleidsplan Ruimte streeft ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen na door het voortbouwen op bestaande kwaliteit en het bewaken van het samengaan van vier kwaliteitsaspecten: locatiekeuze, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het definiëren van ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van een complex proces van dialoog tussen verschillende ruimtelijke actoren aangeven wat het begrip voor hen betekent op een bepaalde plaats, op een bepaald ogenblik en binnen een specifieke context. Aan de andere kant is het concept tot op bepaalde hoogte objectiveerbaar en bestaat er diverse relevante literatuur over mogelijke dimensies of benaderingswijzen van ruimtelijke kwaliteit, die in functie van specifieke onderzoeksvragen breder of diepgaander onderzoek mogelijk maakt. Zo kan gebruikswaarde bijvoorbeeld worden benaderd vanuit het fysisch systeem, de landschappelijke kenmerken, maar ook vanuit bereikbaarheid, energie-efficiëntie,… Bij belevingswaarde staan esthetische en betekenisaspecten van een ruimte centraal. Deze worden bepaald door structuur, vorm, compositie, diversiteit, identiteit, herkenbaarheid, leesbaarheid, historische gelaagdheid, attractiviteit en schoonheid van een plek. Aandacht voor toekomstwaarde kan zitten in het rekening houden met veranderende maatschappelijke tendensen, adaptief of flexibel ruimtegebruik, of het rekening houden met mogelijke co-evolutie van processen.

Onderzoeksvragen

Op welke plaatsen in Vlaanderen stellen zich op vandaag leefbaarheidsproblemen, en wat is hun relatie met het ruimtelijk beleid in het verleden?
Wat zijn de mogelijke effecten van ruimtelijke transformatieprocessen op de leefbaarheid van reële leefomgevingen en landschappen in de toekomst?
Wat is ruimtelijke kwaliteit, benaderd vanuit het perspectief van de gebruiker?
Wat zijn de mogelijke effecten van ruimtelijke transformatieprocessen op de beleving van reële leefomgevingen en landschappen?
Op welke manier kunnen we de kennis over ruimtelijke kwaliteit gebruiken bij het uitwerken van gebiedsgerichte processen en projecten, bij de opmaak van beleidskaders en regelgeving, bij de afweging van vergunningsaanvragen en bij de ondersteuning van lokale ruimtelijke processen?

Doelstellingen

  • Inzicht krijgen in de interactie tussen ruimtelijke inrichting, gebruik, beleving, gezondheid, welzijn… en dit op verschillende schaalniveaus zowel ruimtelijk als temporeel, in relatie met ruimtelijke transformatieprocessen. 
  • Bijdragen aan de ontwikkeling van beleidsvoorstellen door gebiedsgerichte strategieën te ontwikkelen voor specifieke regio’s en/of thema’s. De mogelijke differentiatie van het beleid voor leefbaarheid (gezondheid, welzijn) en beleefbaarheid (kwaliteit) in beeld brengen via exploratief ontwerpend onderzoek op regionale schaal en via observatieonderzoek en belevingsonderzoek (objectiveren van intersubjectieve appreciatie door survey en statistische analyse).
  • Beleidsgerichte processen (opmaak en uitvoering Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, evaluatie Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen) en gebiedsgerichte projecten ondersteunen.