Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Veerkracht

Waarover gaat het?

Het concept 'veerkracht' of 'resilience' komt in heel wat beleidsdocumenten naar voor, waaronder in het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Daarmee gaat het groeiende besef gepaard dat we niet of onvoldoende klaar zijn om onvoorspelbare of onvermijdelijke veranderingen, zoals een (socio-) economische crisis, terrorisme, klimaatverandering en pandemieën of natuurrampen, op te vangen. Het
concept mist echter een ruimtelijke vertaalslag tussen wetenschap, beleid en praktijk. Dat wil dit onderzoeksspoor proberen te realiseren, door onderzoeken uit te voeren gefocust op klimaatadaptatie, energie en ecosysteemdiensten.

Het Steunpunt Ruimte onderzocht het begrip veerkracht in al haar betekenissen en herdefinieerde veerkracht in een sociaal-ruimtelijke context (Tempels, 2013). Dit sociaal-ecologisch veerkrachtconcept vraagt om de ruimte te zien als een complex, adaptief systeem dat gekenmerkt wordt door complexiteit, niet-lineariteit en discontinuïteit, waarbij ontwikkelingen niet-lineair, padafhankelijk en onzeker zijn. Omgaan met veerkrachtconcept zoals omschreven door het Steunpunt Ruimte vereist een grensoverschrijdend denken en een langetermijndenken. Dit
concept werd toegepast op de volgende thematische ruimtelijke vraagstukken: klimaat en overstromingen, bioproductie en migratie en vergrijzing.

Het onderzoekspoor 'veerkracht' zal bijdragen aan de kennisopbouw om te komen tot een veerkrachtige, duurzame en klimaatbestendige
inrichting in Vlaanderen. Binnen dit onderzoekspoor zal er gewerkt worden rond de volgende hoofdthema's: 

  1. Klimaatadaptatie
  2. Ecosysteemdiensten
  3. Energie

Het is vanzelfsprekend dat het onderzoeksspoor 'veerkracht' nauw betrokken en verweven is met het onderzoeksspoor 'mens, kwaliteit en
gezondheid'. 

De kennisopbouw rond het eerste thema, klimaatadaptatie, zit in een eindfase, waarbij het resultaat van onderzoek de afgelopen jaren haar weg naar het ruimtelijk beleid aan het zoeken is. Eind 2012 werd het onderzoek 'Met ruimtelijk beleid naar een klimaatbestendig Vlaanderen' afgerond (Coninx et al., 2012). De studie resulteert in aanbevolen handelingsstrategieën voor het ruimtelijk beleid om te
bouwen aan een klimaatbestendig Vlaanderen. In het ‘Metropolitaan Kustlandschap’ werden er dan weer via ontwerpend onderzoek lange termijn bouwstenen ontwikkeld voor een duurzame kustregio. De studie blikt vooruit op de kustzone in 2100 vanuit een grensoverschrijdend perspectief.  In 2015 werden de resultaten van de studie ‘Klimaatadaptatie en ruimtelijke ordening’ verspreid. Die
tonen aan dat klimaatadaptatie een opportuniteit is om in het verstedelijkt Vlaanderen op zoek te gaan naar nieuwe logica's die een klimaatbestendige én een vitale, stedelijke omgeving nastreven. Richtlijnen en maatregelen zijn helder in beeld gebracht en worden geïllustreerd met beeldmateriaal verkregen via ontwerpend onderzoek (zie ook www.klimaatenruimte.be). 

Het tweede thema,ecosysteemdiensten, heeft als doel om de open ruimte te beschouwen als een gemeenschappelijk, essentieel goed dat dient als grondstof voor verschillende functies en diensten met het oog op het robuust en duurzaam houden en maken van deze open ruimte. Recent werden twee studies afgerond; ‘Veerkracht voor het Metropolitaan Kerngebied vanuit het perspectief van
ecosysteemdiensten
’ (Kuleuven/Cluster Landschap en Stedenbouw, 2016) en ‘Ontwikkeling van een afwegingskader ecosysteemdiensten voor onbebouwde woonuitbreidingsgebieden’ (INBO, 2016).
De eerste studie biedt een analytisch kader voor ruimtelijke planning om met het ESDc-concept aan de slag te gaan. Binnen de tweede studie ontwikkelde INBO een afwegingskader op basis van ecosysteemdiensten dat overheden kan ondersteunen in discussies over het al dan niet aansnijden van onbebouwde woonuitbreidingsgebieden. Beide studies brachten via het concept van ecosysteemdiensten de kracht van groene open ruimte in kaart zodat ze ingebracht kunnen worden in ruimtelijke afwegingen. 

Het derde thema, energie, focust zich op de energietransitie en de belangrijke ruimtelijke transformatie die deze transitie met zich meebrengt. Een duurzaam energiesysteem in Vlaanderen gebruikt zo weinig mogelijk energie, gebruikt energie zo efficiënt mogelijk en doet maximaal beroep op hernieuwbare bronnen zoals windenergie, zonne-energie, aardwarmte enz. Deze energietransitie heeft ook een belangrijke ruimtelijke impact. 
De studie ‘Energielandschappen' (Possad, 2015) probeert tot inspirerende ruimtelijke concepten, ontwerpstrategieën en inrichtingsprincipes te komen via een systematische opbouw van de analyse van de landschappelijke en energetische elementen van het energielandschap en ontwerpend onderzoek op twee specifieke locaties. Die integreren op een duurzame en innovatieve wijze
technologieën voor hernieuwbare energie binnen ruimtelijke opgaven op verschillende schaalniveaus.
De studie 'Diepe Geothermie' (51N4E, 2015) wou nagaan hoe de wisselwerking tussen diepe geothermie en landschap mee bepalend kan zijn voor de energietransitie en op welke manier dit energielandschap aan de basis kan liggen van de ontwikkeling naar een kwalitatieve en duurzame leefomgeving. Ten slotte heeft het VITO in het kader van het raamcontract de 'Dynamische Energie Atlas' ontwikkeld, die enerzijds het huidige aanbod aan energieproductie in kaart brengt en anderzijds de potenties voor (hernieuwbare) energieproductie.

Onderzoeksvragen

De hoofdvragen:

A. Wat is de huidige ruimtelijk staat van Vlaanderen ten opzichte van de klimaatproblematiek?
B. Hoe komen we tot een klimaatneutrale en klimaatbestendige ruimte in Vlaanderen?
C. Hoe kunnen ecosysteemdiensten geoptimaliseerd worden en tegelijkertijd gebruikt worden voor de verhoging van de omgevingskwaliteit?

A.d.h.v. de volgende deelvragen zullen de drie hoofdvragen beantwoord worden:

Deze drie hoofdvragen zullen beantwoord worden m.b.v. de volgende deelvragen:

  • Welke gegevens, zowel kwalitatief als kwantitatief, zijn er beschikbaar om de huidige ruimtelijke klimaatproblematiek in Vlaanderen te beschrijven? 
  • Wat is de ruimtelijke differentiatie van het klimaateffect stedelijke hittestress op lokaal niveau?
  • In hoeverre is Vlaanderen op dit moment al klimaatresistent?
  • Welke elementen van de huidige ruimtelijke inrichting van Vlaanderen hebben een negatieve impact op deze problematiek?
  • Wat is de rol van ruimtelijke ordening in de energie- en klimaattransitie?
  • Hoe kan Vlaanderen omgaan met de verschillende ruimtelijke uitdagingen die naar voren komen vanuit de energietransitie (hernieuwbare
  • energie, verminderen van energieverbruik, efficiënter energiegebruik)?
  • Welke ruimtelijke strategieën kunnen in Vlaanderen leiden tot een klimaatneutrale en klimaatbestendige ruimte?
  • Hoe en waar kunnen in Vlaanderen grootschalige energielandschappen worden gerealiseerd?
  • Welke aanblik krijgt Vlaanderen als we de ambitieuze Europese taakstelling serieus nemen?
  • Op welke manier kunnen ecosysteemdiensten in stedelijk gebied worden geoptimaliseerd om de leefkwaliteit nu en in de toekomst te garanderen? Welke ruimtelijke richtlijnen, strategieën en principes kunnen hiervoor worden toegepast?
  • Welk afwegingskader kan er worden gebruikt bij ruimtelijke ontwikkelingen?
  • Hoe kunnen verworven inzichten geïmplementeerd worden in ruimtelijke ontwikkelingsprocessen?
  • Op welke manier kunnen nieuwe inzichten in verband met klimaatmitigatie en -adaptatie toegepast worden in al geplande, maar nog niet gerealiseerde, projecten?
  • Hoe kunnen oplossingen toegepast worden in gebiedsgerichte processen?
  • In hoeverre werkt het bestaande ruimtelijke instrumentarium het oplossen van de klimaatproblematiek mee of tegen?
  • Hoe kan draagvlak gevonden worden voor een klimaatbestendig en een klimaatneutraal Vlaanderen? Hoe kunnen burgers hieraan bijdragen?

Doelstellingen

De komende jaren is het binnen het onderzoekspoor 'veerkracht' vooral belangrijk om solide en diepgaande onderzoeksresultaten te blijven opleveren. Het thema 'veerkracht' kan namelijk op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. Zo kan het o.a. van toepassing zijn op klimaat, demografie (vergrijzing, migratie), economie, open ruimte, landschap, persoonlijke veerkracht enz.
Hierdoor wordt het een containerbegrip waar iedereen een eigen definitie aan geeft. 
Voorgaande onderzoeken tonen aan dat er een sterke focus ligt op veerkracht in het kader van het klimaat, zowel gericht op klimaatmitigatie als op klimaatadaptatie. Daarnaast is er recent ook meer aandacht gegaan naar de rol van ecosysteemdiensten in het ruimtelijk beleid en hoe deze diensten kunnen bijdragen aan een verhoging van de leefkwaliteit. Dit door de samenwerking met INBO en
de resultaten van het Steunpunt.

Het spoor veerkracht blijft dan ook inzetten op het verwerven van inzichten door:

  • Ruimtelijk-maatschappelijke trends te monitoren m.b.t. klimaatadaptatie, ecosysteemdiensten en energie.
  • Die gegevens te analyseren en interpreteren.
  • De ruimtelijke aspecten ervan te onderzoeken.
  • Bijdragen aan de ontwikkeling van beleidsvoorstellen door gebiedsgerichte strategieën te ontwikkelen voor specifieke regio’s en/of thema’s die een belangrijke rol zullen spelen in het toekomstig Vlaanderen.
  • Het concretiseren en praktiseren van aanbevelingen en opportuniteiten op voorgedefinieerde typegebieden of een specifieke locatie.
  • De mogelijke differentiatie van het beleid voor veerkracht in beeld te brengen via exploratief ontwerpend onderzoek op regionale schaal.
  • Beleidsgerichte processen (opmaak en uitvoering Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, evaluatie Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen) en gebiedsgerichte projecten (bv. signaalgebieden, exploratief ontwerpend onderzoek voor Metropolitaan kustlandschap 2100) te ondersteunen.