Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Zoek een publicatie

Publicaties

Segmentatie III: ruimteproductiviteit, verweving en ruimtelijk rendement van economische locaties

Bronverwijzing

Wesley Gruijthuijsen, Dominique Vanneste, Thérèse Steenberghen, Sandra Van Liere, Berry Roelofs, Kees Verweij, Marije Groen, Christiaan de Groot, Jordi Hubers; “Segmentatie III: ruimteproductiviteit, verweving en ruimtelijk rendement van economische locaties, Eindrapport “; Uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Departement Omgeving en het Agentschap Innoveren en Ondernemen, januari 2018.

Samenvatting

Het onderzoek Segmentatie III bouwt voort op de studies 'segmentatie I' en 'segmentatie II'. Segmentatie I stelt voor om economische ruimtes op een regionale schaal aan te bieden vanuit een product-marktcombinatie. Dit vereist kennis over de types omgevingen en de omgevingskenmerken van bedrijfslocaties. Segmentatie II bestudeert de economische ruimte op bedrijventerreinen via de transformatiemogelijkheden binnen die gebieden. Segmentatie III gaat via terreininventarisatie in 5 studiegebieden na hoe economische activiteiten zich visueel ruimtelijk manifesteren. Al is het moeilijk om het feitelijke, zichtbare gebruik van de economische ruimte te achterhalen via databanken zoals VKBO. Door de gegevens van terreininventarisatie in de vijf cases op te delen in verschillende morfologische gebieden en ze te vergelijken, kunnen we een aantal ruimtelijke typologieën of milieus benoemen (bv. stadscentra, dienstverlening aan de stadsrand) en leggen we een link tussen de aard van de bedrijvigheid en haar ruimtelijk voorkomen.

Om een idee te krijgen van hoe de economische ruimte beter benut kan worden, is er een algemene studie uitgevoerd over het verweefbaarheidsprofiel van bedrijven. 

Tot slot worden er zes mogelijke rollen naar voor geschoven, die de overheid kan helpen met hoe ze kan omgaan met bedrijven, bedrijfslocaties en verweving.

De belangrijkste leerpunten

Uit het onderzoek leren we dat het mogelijk is om vestigingsmilieus te onderscheiden in vijf studiegebieden in Vlaanderen. Deze indeling werd ook getoetst aan de Brusselse noordrand, dat een veel hogere densiteit kent dan de vijf case gebieden. We merken dat de indeling uit de vijf casegebieden niet één op één terug te vinden is in de noordrand. Om de milieus in de vijf casegebieden te bepalen, hanteert het onderzoek morfologische gebieden die sterk gebaseerd zijn op planningsconcepten. De vraag stelt zich of de gekende planningsconcepten geschikt zijn om economische factoren, zoals nabijheid en agglomeratie, te kunnen vatten. Het is dan ook denkbaar dat andere criteria gehanteerd worden om de vestigingsmilieus te bepalen.

Bijkomend is de voorgestelde indeling sterk bepaald door de afbakening van de geïnventariseerde zones van de casegebieden. Het is denkbaar dat met een grotere geïnventariseerde zone er ook andere indelingen mogelijk zijn. We beschikken dus voorlopig over te weinig gegevens, die wellicht deels kunnen opgevangen worden door de gegevens die beschikbaar zijn in databanken.

Uit de vergelijking van de inventarisatie met de bestaande databanken leren we dat sommige vestigingsmilieus, zoals de winkelstraten, relatief goed de zichtbare activiteiten weerspiegelen. Voor andere gebieden bevat de inventarisatie zeer waardevolle informatie die niet achterhaald kan worden uit databanken. Die inventarisatie is bijgevolg nuttig bij de opstart van transformatieprocessen.

Links

Dit onderzoek is een vervolg op Segmentatie I en Segmentatie II.

U bent mogelijk ook geïnteresseerd in de resultaten van Labo XX werk.