Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Publicaties

Berichten in de categorie 'Studierapport'

Gegroepeerde aanpak en gemeenschappelijke initiatieven i.f.v. ruimtelijke rendement Invalshoek vastgoed

waarom zou de vastgoedsector inspelen op een gegroepeerde aanpak en gemeenschappelijke initiatieven i.f.v. ruimtelijk rendement en wat zijn de drempels die er vandaag toe leiden dat gemeenschappelijke initiatieven of een gegroepeerde aanpak niet tot stand komt?

Het ruimtelijk beleid wil gemeenschappelijke initiatieven ondersteunen. Volgens Ruimte Vlaanderen kunnen gemeenschappelijke, collectieven en gegroepeerde initiatieven waardevol zijn om een hoog rendement te behalen zonder aan kwaliteit in te boeten. Dus “meer doen met meer zielen maar met minder ruimte”. 

Welke kansen liggen besloten in de grote maatschappelijke veranderingen die op de Eurodelta afkomen? Hoe kunnen we vanuit gedeelde opgaven en waarden samen strategieën voor ruimtelijke transformaties ontwikkelen? En hoe betrekken we stakeholders daarbij? 

Dit studierapport legt een basis voor een gezamenlijke agenda met strategieën voor de transitie op het gebied van energie, mobiliteit, voedselproductie en de stedelijke maakeconomie.Het nodigt stakeholders uit om samen aan de slag te gaan met die strategieën.

Vijf experten geven hun inzichten in de woonwensen en wooncultuur van de Vlaming.

Wat zijn de kenmerken van immodatabank Zimmo? In welke mate zijn de gegevens die ze bevat ruimtelijk te lokaliseren? Welke variabelen zijn opgenomen en hoe bruikbaar zijn ze? Belangrijke resultaten om na te gaan in welke mate de databank bruikbaar kan zijn om beleidsindicatoren te ontwikkelen. 

'Hoe kunnen we in de toekomst de meest effectieve realisatiegerichte gebiedswerking opzetten die inspeelt op de gebiedseigen kenmerken en potenties?' Om hier een gericht antwoord op te kunnen bieden, is een vergelijkende evaluatie gemaakt van vijf gebiedsgerichte cases. De inzichten die hieruit voortvloeien, leveren haalbare aanbevelingen en input voor een gedifferentieerde strategie voor gebiedswerking vanuit het Departement Omgeving. 

Het vergunningenbeleid is een belangrijke pijl in het omgevingsbeleid. In deze studie werden diverse aspecten van het vergunningenbeleid onderzocht.

De vergunningendatabank bevat gegevens van de vergunningenregisters van verschillende Vlaamse gemeenten in de periode 1962-2016.  Een kwantitatieve analyse leverde inzichten op over decentraliseringsprocessen, nieuwbouw vs. renovatie en de impact van het beleid. Deze vergunningendatabank kan ook digitaal worden ontsloten. Hiervoor werd een proof of concept uitgewerkt.

Tegelijkertijd werd ingezoomd op de lasten en voorwaarden bij vergunningen. Hoe werken de verschillende overheden hier actief aan mee?

Tenslotte is onderzocht op welke manier de ambities van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen kunnen worden gerealiseerd binnen het huidige vergunningskader. Het studiebureau stelt voor om bepaalde vergunningspraktijken grondig te wijzigen, af te schaffen en/of gebiedsgericht te maken.

Wat zijn de belangrijkste maatschappelijke kosten en baten bij het realiseren van het BRV-transitiepad (naar 0 hectare bijkomend ruimtebeslag) tegen 2040?

Deze studie vergelijkt een nulscenario (‘niets doen’) met scenario’s waarin telkens een andere hoeveelheid woongebied wordt herbestemd en/of geruild. Het onderzoek brengt de belangrijkste directe effecten van bepaalde beleidskeuzes in rekening. Een aantal effecten zijn financieel waardeerbaar: opbrengsten uit exploitatie van nieuwe wooneenheden, kosten voor aanleg nutsinfrastructuur, kosten of baten m.b.t vervoer en energie, waarde van ecosysteemdiensten, kosten van planschadevergoedingen… De studie gaat na in hoeverre de scenario’s het BRV-transitiepad kunnen realiseren en tegen welke maatschappelijke kost/baat.

Studie uitgevoerd door Kristine Verachtert, Miechel De Paep, Sanne Claeys, Geert Haentjens, Wouter Dernau, Pieter Staelens, Wouter Kruijver, Tim Devos en
Jonas De Maeyer (Buur, Proflow, Rebel group, Endeavour) in opdracht van de Vlaamse overheid, Departement Omgeving, 2018.

Verdichting van wonen en werken rond stations was een belangrijk uitgangspunt van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Ook het Witboek Beleidsplan
Ruimte Vlaanderen zet verder in op verdichting van functies rond de belangrijke knooppunten van openbaar vervoer. Gebieden met hoge “knooppuntwaarde”
komen voor dergelijke knooppuntontwikkeling in aanmerking omdat dit duurzame verplaatsingen, nabijheid van functies en een efficiëntere inzet van
middelen voor bijvoorbeeld publiek domein stimuleert.  

Maar hoe zorg je ervoor dat deze gebieden zich verder ontwikkelen? En welke processen, instrumenten of sleutelfiguren kunnen ertoe bijdragen dat een
stationsomgeving van hoge kwaliteit is voor zowel pendelaars als bewoners? Deze studie analyseerde de ontwikkelingen van stationsomgevingen uit het
verleden om hierop een antwoord te zoeken en lessen te trekken voor duurzame toekomstige  ontwikkelingen.

Studie uitgevoerd door Marjolijn Claeys, Stijn Decoutere, Francis Charlier, Hans Leinfelder, Gert Van de Genachte en Tom De Waele (Voorland, Proflow, Charlier-consult i.s.m. KULeuven, onderzoeksgroep PLEN, Intoe en Ugent-VUB) in opdracht van de Vlaamse overheid (Ruimte Vlaanderen), 2018.

De praktijk heeft nood aan een alternatief planningssysteem dat de complexe realiteit van het vormgeven van onze fysieke leefomgeving ondersteunt en een geïntegreerde, getrechterde procesvoering mogelijk maakt. Uit onderzoek is het idee van het omgevingsbesluit ontstaan. Hiermee stappen we af van het getrapte planningsmodel waarbij strategische plannen (RSV-BRV) worden uitgewerkt in uitvoerende plannen (RUP) om dan tot een vergunning (VERG) te komen. Deze werkwijze wordt als moeilijk werkbaar, rigide en traag ervaren. De Omgevingsbesluitvorming maakt komaf met het vormgeven van plandocumenten (zoals een RUP) en het voeren van processen bij de opmaak van deze documenten en zet de geïntegreerde procesvoering centraal in het planningssysteem.
 

Studie uitgevoerd door Wesley Gruijthuijsen, Dominique Vanneste, Thérèse Steenberghen, Sandra Van Liere, Berry Roelofs, Kees Verweij, Marije Groen, Christiaan de Groot en Jordi Hubers in opdracht van het Vlaams Departement Omgeving en het Agentschap Innoveren en Ondernemen, 2018.

We willen het ruimtebeslag niet vergroten. Maar hoe kunnen we dan ruimte bieden aan bedrijven op locaties binnen en buiten bedrijventerreinen? Om daar een uitspraak over te kunnen doen, hebben we eerst een grondige kennis nodig over het voorkomen en de ruimtelijke spreiding van die bedrijven, om vervolgens na te gaan of er bepaalde vestegingsmilieus bestaan.

Dit onderzoek probeert via terreininventarisatie in vijf casegebieden en in de Brusselse noordrand het zichtbare voorkomen van bedrijven en de aard van de economische activiteit te vatten. Daaruit kunnen we dan bepaalde vestigingsmilieus afleiden en kunnen de economische gebruiksgraad en de verwevingsgraad met wonen in kaart gebracht worden.

Studie uitgevoerd door Dirk Van Heuven, Dorien Geeroms, Arnout De Waele en Brecht Vandekerckhove van Atelier Romain en Publius in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving, 2017.

Er is een groeiende behoefte aan een structurele oplossing voor het historisch passief, de meer dan 10 jaar oude en niet herstelde stedenbouwschendingen. Deze studie stelt een mix voor van preventieve en reactieve oplossingen waarmee je als planner, vergunner of handhaver aan de slag kan.

Studie uitgevoerd door Antea Group, VITO NV, A-worx, in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving, 2017.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat open ruimten minder verhard worden en de toename van ruimtebeslag vermindert? Welke sectoren hebben hierin het belangrijkste aandeel? Op basis van cijfermateriaal en een systeemanalyse van het achterliggende proces probeert deze studie hiervoor mogelijke oplossingen en instrumenten aan te reiken.

Een ruimtelijk uitvoeringsplan bereikt onvoldoende burgers. Nochtans bevat het belangrijke informatie. Daarom evalueert deze studie de bestaande communicatiekanalen die gebruikt worden om een RUP aan te kondigen en stelt ze een nieuwe mix van kanalen voor om het bereik ervan te vergroten.

Onderzoek uitgevoerd door Ewald Wauters (Tractebel Engineering N.V), Stefanie Van den Bogaerde (Tractebel Engineering N.V), Rens Wijnakker (FABRICations), Olv Klijn (FABRICations), Eric Frijters (FABRICations), Inge Kersten (H+N+S Landschapsarchitecten). 

Om op lange termijn duurzaam te blijven functioneren, moeten er een aantal zaken grondig veranderen in de manier waarop de kust of de kustzone als gebied en als systeem functioneert. In het onderzoek ‘Labo Ruimte: Stedelijk Systeem Kust?’ gaan we op zoek naar de rol die de bebouwde omgeving daarin kan spelen. Daarbij kijken we niet alleen naar de wijze waarop de bebouwing moet veranderen, maar ook naar verschillende plaatsen waar deze veranderingen aan de orde zijn.

Studie uitgevoerd door Oswald Devisch, Liesbeth Huybrechts en Sarah Martens (Universiteit Hasselt), i.s.m. Ann Pisman en Peter Vervoort (Departement Omgeving) in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving, 2017.

Praktijkkennis kan participatie in ruimtelijke processen stimuleren. Samen met de Universiteit Hasselt ontwikkelde het Departement Omgeving een methodiek waarmee je bestaande projecten kan analyseren en verbeteren én waarmee je nieuwe participatieve processen kan vormgeven. 

Studie uitgevoerd door Ewald Wauters, Anneleen Dhondt, Birgit Fremault, Peter Corens (Tractebel), i.s.m. Jan Aerts (Futureproofed) en Pascal Vermeulen (Climact), in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving, 2017.

Welke ruimtelijke veranderingen zijn er nodig om een ambitieus energie- en klimaatbeleid te kunnen realiseren? En welke rol speelt het beleid hierin? Deze studie probeert hier een antwoord op te bieden en geeft aanbevelingen om energie- en klimaatdoelstellingen in concrete projecten vorm te geven. 

Studies uitgevoerd door Steunpunt Ruimte, een consortium met onderzoekers van de KU Leuven, de UGent en UAntwerpen in opdracht van de Vlaamse overheid, 2012-2015.

Studies uitgevoerd door Steunpunt Ruimte en Wonen, een consortium van onderzoeksgroepen van de universiteiten van Leuven (KUL), Antwerpen (UA) en Gent (UG), de Hogeschool Gent, en de partners SumResearch, TUDelft en het VITO in opdracht van de Vlaamse overheid, 2007-2011.

Studie uitgevoerd door ProFlow en GD&A, in opdracht van Ruimte Vlaanderen, 2016.

Nieuwe uitdagingen, budgettaire beperkingen en een striktere begroting vereisen een andere aanpak van de overheid. Deze studie gaat na hoe de overheid een transparante publieke regierol kan opnemen inzake grondbeleid.

Studie uitgevoerd door Maat-ontwerpers in opdracht van Ruimte Vlaanderen, 2017.

Het dorp van weleer, waar heel het leven van de bewoners zich zowat afspeelde, bestaat niet meer. Het dorp is groter geworden en heeft een pak van haar lokale voorzieningen verloren aan een veel ruimere regio. Is het mogelijk om de dorpskernen te versterken? En zo ja, welke ruimtelijke strategieën kunnen we daarvoor gebruiken? Studiebureau 'Maat-ontwerpers' zocht het uit in opdracht van het departement Ruimte Vlaanderen. 

Studie uitgevoerd door TV Atelier Romain - SumResearch & GIM in opdracht van Ruimte Vlaanderen, 2017.

Het in beeld brengen en registreren van leegstaande panden is niet evident. Vlaanderen beschikt niet over allesomvattende leegstandsdatabanken. Om toch aan de slag te gaan en een orde van grootte in te schatten van leegstand wordt gebruik gemaakt van drie bestaande administratieve databanken. 
Daarbij wordt enkel de structurele leegstand opgetekend; panden die langer dan een jaar leeg staan. De kortdurende leegstand – ook wel frictieleegstand genoemd- wordt niet meegerekend. Immers, wat te koop of te huur staat is beschikbaar om de markt normaal te laten functioneren via verkoop, verhuur, verhuis of te renoveren panden. Dit aandeel is zelfs veel groter dan de structurele leegstand.

De Ruimtelijke Staat Vlaanderen reikt trends, feiten en cijfers aan voor een onderbouwd ruimtelijk beleid. Deze eerste Ruimtelijke Staat vormt de basis voor een structurele rapportage in de vorm van een Ruimterapport.

In deze Ruimtelijke Staat komen in totaal 18 indicatoren aan bod, opgedeeld in 5 thema's. Elk thematisch onderdeel wordt afgesloten met een overzichtelijke infographic.

 

Thematische onderdelen van de Ruimtelijke Staat Vlaanderen (Let op: grote bestanden)

Studie uitgevoerd door Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in opdracht van het Beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO).

Welke ecosysteemdiensten kunnen geleverd worden op een gebied en kunnen op basis hiervan onbebouwde woonuitbreidingsgebieden (WUGs) aangesneden worden? Om dit in één oogopslag kwantificeerbaar en zichtbaar te maken, ontwikkelde INBO een afwegingskader.

Studie uitgevoerd door VITO (in opdracht van Ruimte Vlaanderen), december 2016.

Op basis van het eindrapport 'Landgebruiksbestand voor Vlaanderen, 2013' heeft VITO ruimtelijke indicatoren afgeleid om het ruimtelijk rendement in Vlaanderen te kunnen opvolgen. 

De opmaak van het BRV verloopt via de mijlpalen Groenboek, Witboek en (ontwerp-)BRV. Het proces van de milieubeoordeling loopt parallel met dit proces en streeft naar een continue verfijning en verdieping van de beoordeling zoals het proces van het BRV zelf vordert. Lees het rapport.

Is een systeem van 'verhandelbare ontwikkelingsrechten' (VOR-systeem) toepasbaar in Vlaanderen? Van september 2015 tot juni 2016 boog een groep van Ruimte Vlaanderen en externe experten zich samen met een stuurgroep over deze vraag. We lezen in het rapport in welke mate VOR het verwachtte antwoord biedt op knelpunten van vandaag.  

Het ecosysteemdienst (ESD) concept wint snel terrein als een bruikbaar concept voor het beschrijven van de baten die natuurlijke systemen inhouden voor de mens. De laatste jaren zijn veel inspanningen gebeurd om ESD te beschrijven, classificeren, kwantificeren en karteren. Met deze studie trachten we een analytisch kader aan te reiken voor ruimtelijke planning om met het ESD concept aan de slag te gaan.

Atelier Track Design (ATD) voegt een experimenteel complement toe aan de masterplanstudie voor de Ford site in Genk. De ruimtelijke dimensie van de circulaire economie is daarbij de insteek. Dit eindrapport van Atelier Track Design is tegelijkertijd experimenteel en beleidsondersteunend. Het speelt volop in op de recent geformuleerde doelstellingen rond circulaire economie als één van de zeven transitieprioriteiten van de Vlaamse overheid (Visie2050). Door middel van een imaginair toekomstbeeld voor een circulaire toekomst van de Ford site en de Genkse regio, hebben de onderzoekers een ruimtelijke invulling gegeven aan de mogelijke transitie naar de circulaire economie.

Onderzoek uitgevoerd door Atelier Romain, LDR advocaten, ILVO en SumResearch, 2016

Deze studie verkent de implementatie van het convenant in de Vlaamse beleidscontext, zowel vanuit een juridisch als vanuit een ruimtelijk oogpunt. De studie is samen te lezen met een vorige studieopdracht over contracten. In het rapport zijn twee concrete cases geanalyseerd, nl. meergezinswoningen voor het Pajottenland en economische functies voor het Meetjesland en is er een tekstvoorstel uitgewerkt om de VCRO aan te passen. Momenteel wordt verder onderzocht op welke manier deze studie kan geïmplementeerd worden in het toekomstig ruimtelijk beleid.

Onderzoek uitgevoerd door WVI, Leiedal, IOK, URA en 51N4E, juni 2016

Bedrijfslocaties zijn er in Vlaanderen in verschillende vormen. In dit case-onderzoek wordt gekeken hoe bestaande bedrijfsruimten en bedrijventerreinen kunnen evolueren als ruimte en als marktsegment en wat daarvoor vereist is vanuit het instrumentarium. Ruimte voor economie / productie is een belangrijke nood, maar liefst niet meer door het uitbreiden van het ruimtebeslag!

Begin 2015 startten de Vlaamse overheid en het Havenbedrijf Antwerpen samen met de pijpleidingfederatie Fetrapi en de chemiefederatie Essenscia een haalbaarheidsstudie naar de mogelijkheden voor de inplanting van een ondergrondse leidingstraat van 70 meter breed tussen de haven van Antwerpen en het Ruhrgebied. Lees hier de resultaten.

Studie uitgevoerd i.h.k.v. Labo XX_Werk i.o.v. de stad Antwerpen, i.s.m. de Vlaamse overheid, januari 2016.

Onder de noemer Labo XX_Werk zette de stad Antwerpen drie ontwerpteams aan het werk om een visie te ontwikkelen op hoe de economische activiteiten beter geïntegreerd kunnen worden in een leefbare en duurzame stad. De concepten die hieruit voortkomen kunnen gebruikt worden om een beter ruimtelijk beleid uit te stippelen voor de stad. En dat werd meteen getoetst aan de realiteit tijdens een pilootproject in Hoboken: hoe kun je aan een vergeten stukje stad een nieuwe toekomst geven?

Onderzoek uitgevoerd door Idea Consult NV, 15 augustus 2015.

De integratie van het departement Ruimte Vlaanderen, het departement LNE en het agentschap Inspectie RWO in het nieuwe departement omgeving zit er op korte termijn aan te komen. Welke impact heeft dat op de inhoudelijke invulling van het omgevingsbeleid? En hoe verhoudt het nieuwe departement zich dan tot de andere departementen en hun stakeholders? Idea Consult ging op zoek naar antwoorden a.d.h.v. casestudies in binnen- en buitenland.

Studie uitgevoerd door VITO, februari 2016.

Deze studie geeft een synthesekaart met de ontwikkelkansen van elke 1 ha locatie in Vlaanderen en Brussel op basis van de 3 kenmerken van de ruimte die als belangrijke criteria voorop gesteld werden. Het gaat over de kwaliteit van het collectief vervoer op basis van railinfrastructuur (en A-lijnen van De Lijn), het niveau van de voorzieningen, en de mogelijkheid om stopplaatsen van het collectief vervoer en voorzieningen te bereiken via wandelbare of fietsbare paden en wegen. De synthesekaart onderscheidt 16 verschillende types van locaties op basis van voornoemde 3 criteria en geeft op die manier een goed overzicht van plaatsen die een hoog potentieel voor ontwikkeling hebben omwille van hun goede ligging ten opzichte van stopplaatsen en/of voorzieningen. Voor het ruimtelijke beleid zijn de types indicatief voor het stellen van prioriteiten met betrekking tot de ontwikkeling van woon- en werklocaties door invulling van de nog beschikbare en bestemde ruimte of door verdichting van het bestaande stedelijke weefsel.

Studie uitgevoerd door 51N4E i.h.k.v. Labo Ruimte. December 2015.

De studie 'atelier diepe geothermie' gaat na a.d.h.v. twee cases in de Kempen hoe er kan omgegaan worden met de ruimtelijke en socio-economische gevolgen van de ontwikkeling van diepe geothermiecentrales.

 

Studie uitgevoerd door Posad, 3 E, Universiteit Gent en Resourcedesign i.h.k.v. Labo Ruimte. Januari 2015.

De studie 'energielandschappen' gaat na op welke manier ons landschap kan bijdragen aan de energietransitie.

Metropolitan Landscapes is een ontwerpend onderzoek naar de sturende rol van open ruimte in het metropolitane gebied van Brussel en de rand. Deze studie is een gezamenlijk initiatief van Leefmilieu Brussel, de Vlaamse Landmaatschappij, het Agentschap voor Natuur en Bos, Brussel Stedelijke Ontwikkeling, Ruimte Vlaanderen, de Brusselse en de Vlaamse Bouwmeester. De resultaten van het ontwerpend onderzoek zijn gebundeld in een boek dat we presenteerden tijdens een colloquium op 28 januari 2016.

Onderzoek uitgevoerd door Royal Haskoning DHV, november 2015

Bedrijfslocaties vinden we in Vlaanderen overal, in de stad, in bedrijventerreinen, op het platteland. Deze locaties zijn in de studie benaderd als segmenten of product-marktcombinaties.  Ruimtelijk beleid voor bedrijven kan worden verruimd voorbij de bestemde bedrijventerreinen. Redeneren op niveau van bedrijven die een locatie zoeken vereist een intergemeentelijke benadering van alle mogelijk bedrijfslocaties. Investeren in een regionaal bedrijventerreinenmanagement,  of beter nog werklokatiemanagement, biedt een interessante uitdaging voor de toekomst.

Expertadvies uitgewerkt door BUUR | bureau voor urbanisme  ism RebelGroup, september 2015

Deze studie zoekt naar financiële argumenten om individuele burgers aan te zetten tot een geoptimaliseerde benutting van eigendom om te komen tot zorgvuldiger ruimtegebruik. De kosten van verschillende woonvormen worden in beeld gebracht, net zoals de kwalitatieve voordelen en randvoorwaarden.

Studie uitgevoerd door Technum en VITO, oktober 2015.

Omgevingslawaai en luchtverontreiniging hebben een grote invloed op welzijn en gezondheid in de leefomgeving. Naast maatregelen zoals aanpassingen aan het wegdek, het nadenken over lage emissiezones of concrete projectmatige aanpak rond belangrijke bronnen, kan ook een doordachte ruimtelijke inrichting van de leefomgeving zelf de blootstelling verminderen.

 

Studie uitgevoerd door ProFlow en GD&A, oktober 2015

Nu voorraden geschikt gelegen woongebied en bedrijventerrein achteruitgaan wordt nagedacht over het schrappen of herlocaliseren van de van minder geschiktegelegen voorraden in intergemeentelijk perspectief. Financiële verevening, het uitruilen van kosten en baten tussen actoren (ook tussen lokale besturen) kan daarbij een instrument zijn. Met een voorbeeldcontract dat uitgewerkt is in deze studie kunnen gemeenten onmiddellijk aan de slag. Ook andere mogelijke instrumenten, waardoor gemeenten ondersteund worden om verevening te realiseren, komen aan bod.

Studie uitgevoerd door Technum, oktober 2015

De studie toont aan dat klimaatadaptatie een opportuniteit is om in verstedelijkt Vlaanderen op zoek te gaan naar nieuwe logica’s die een klimaatbestendig én een vitale stedelijke omgeving nastreven. Richtlijnen en maatregelen zijn helder in beeld gebracht en worden geïllustreerd met beeldmateriaal verkregen via ontwerpend onderzoek.

Studie uitgevoerd door C.T. ARCHITECTS. Juli 2015

De studie ‘flexibel omgaan met leegstand in de grensregio Maasvallei’ is een bron van inspiratie voor al wie op flexibele wijze met leegstaand patrimonium wil omgaan. Het geeft een beeld van instrumenten die binnen onvoorspelbare en onzekere demografische en socio-economische ontwikkelingen vorm kunnen geven aan een leegstandsbeleid. De studie neemt hierbij ook de ervaring van onze Noorderburen mee. De studie kijkt dan ook letterlijk zowel als figuurlijk over grenzen heen.

Onderzoek uitgevoerd door Voorland – ProFlow – LDR in samenwerking met KU Leuven-Onderzoeksgroep PLEN en Intoe. Juli 2015.

Een ruimtelijke beslissing vereist vaak omkadering door andere beslissingen. Hoe gaan Nederland, Brussels Hoofdstedelijk gewest, Frankrijk, Duitsland – Brandenburg/Berlin en Finland om met de relatie tussen bestemmingsplan en sectorale regelgeving? Wat is daaruit te leren voor de Vlaamse context ? Vier thema' s: inhoud bestemmingsplan, verbintenissen, sectorplanning met eigen instrument, meer integrale planning. Drie voorstellen met voor- en nadelen.

Studie uitgevoerd door Universiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel en Technische Universiteit Delft, September 2015.

Het onderzoek levert inzicht in hoeverre de stedelijke regio’s in het gebied ‘Metropolitaan Kerngebied’ gezamenlijk over een voldoende kritische massa beschikken om te kunnen functioneren als een economisch performante stedelijke agglomeratie. De onderzoekers doen aanbevelingen over welke vorm van ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage kan leveren om dit naar de toekomst toe te bestendigen en versterken.

Studie uitgevoerd door Universiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel en Technische Universiteit Delft, September 2015.

De studie inventariseert de ‘Topvoorzieningen’ op vlak van sport, cultuur, toerisme, kennis en zorg in Vlaanderen en brengt ze in kaart. Op basis van deze bestaande toestand wordt geëvalueerd in hoeverre Vlaanderen (en meer in bijzonder het Metropolitaan Kerngebied) haar potentieel benut en dit zowel door te vergelijken met internationale metropolen als door een bevraging van de sectoren.

Onderzoek uitgevoerd door de Vakgroep Publieke Governance, Management en Financiën van de Universiteit Gent (2015)

Het onderzoek levert inzicht in financiering en randvoorwaarden daarvoor binnen het handhavingsbeleid. Daarbij worden algemene beleidsprincipes toegepast op de case van het handhavingsbeleid. De onderzoekers doen een concreet voorstel van financieringsmodel ten voordele van de lokale besturen. Dit voorstel kan als discussiestof gelezen worden en is geen beleidsstandpunt.

Expertenadvies van Bogdan & Van Broeck Architects (2014) in voorbereiding van het beleidskader ‘Ruimtelijk Rendement’.

De studie uitgevoerd door Antea Group en Vito. Augustus 2014.

Nieuw in deze studie is de toepassing van gangbare waarderingsmethodieken uit de vastgoedsector op casussen waar de ruimtelijke beslissingen goed gekend en beschreven zijn.

Studie uitgevoerd door Ruimte Vlaanderen, afdeling Onderzoek en Monitoring, juni 2014.

Originele titel. Landscape Policy for the Three Countries Park. (LP3P)

Studie uitgevoerd in opdracht van ESPON door RWTH Aachen University (Lead Partner), Université de Bruxelles (Project Partner) en Wageningen Universiteit (Project Partner), december 2013.

Onderzoek uitgevoerd door VITO. Mei 2014.

Ontwerpend onderzoek uitgevoerd door Maat-ontwerpers in samenwerking met ZUS (Zones Urbaines Sensibles). December 2013. 

Uitgevoerd door een consortium bestaande uit SUM Research in samenwerking met Grontmij, Royal HaskoningDHV, TML, WES, ILVO, LDR en Radboud Universiteit Nijmegen.

Uitgevoerd door Dr. Evert Meijers, Onderzoeksinstituut OTB, TUDelft. Maart 2013

Uitgevoerd door Architecture Workroom, Jelte Boeijenga, Bart Vink, LIST/GRAU en H+N+S Landschapsarchitecten in opdracht van Ruimte Vlaanderen. Juni 2013.

Uitgevoerd door TNO en Urban Unlimited in opdracht van Ruimte Vlaanderen.

Uitgevoerd door Instituut voor de Overheid (KULeuven), het Departement HABE (Hogeschool Gent), Idea Consult en Omgeving (2012)

Uitgevoerd door Alterra Wageningen UR en Antea Group (2012)

Uitgevoerd door de Vrije Universiteit van Brussel en de Universiteit van Hasselt (juli 2012)

Uitgevoerd door uapS (Anne Mie Depuydt & Erik Van Daele) (2012)

Uitgevoerd door TRITEL en UGent (2012).

Hoe betrek je burgers bij het beleid? Die vraag is de voorbije jaren hoog op de agenda gekomen van administratie en politiek. De campagne ‘ruimte voor morgen’, winnaar van de Kortom-prijs voor overheidscampagne 2011, was opgebouwd uit een veelheid van initiatieven, die samen zoveel mogelijk burgers probeerden te bereiken. Dit rapport biedt een weerslag van dit participatietraject.

Lees het rapport 'Ruimte voor Morgen. Burgerparticipatie voor een groenboek Beleidsplan Ruimte'

Uitgevoerd door Antea Belgium n.v. i.s.m. de vakgroep geografie van UGent. (juli 2011)

Uitgevoerd door de KULeuven (ASRO en afdeling Geografie) en door het bureau voor architectuur en planning. (oktober 2010)

Studie uitgevoerd door IDEA Consult, OMGEVING, PUBLIUS en CBRE in opdracht van het Departement RWO van de Vlaamse overheid (december 2010)

Studie uitgevoerd door het K.U. Leuven - Instituut voor de Overheid, SumResearch, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst - departement Architectuur (Sint-Lucas), Radboud Universiteit Nijmegen in opdracht van het Departement RWO van de Vlaamse overheid (juli 2010)

De studie is uitgevoerd door Arcadis iov het departement RWO en in samenwerking met het departement LNE (oktober 2009).

Studie uitgevoerd door Technum, Resource Analysis en AMRP Ugent in opdracht van het Departement RWO van de Vlaamse overheid (oktober 2007)

Studie uitgevoerd door KULeuven, O2 Consult, OMGEVING, OTB TU Delft in opdracht van het Departement RWO van de Vlaamse overheid.

Studie uitgevoerd door Grontmij, Hogeschool Gent, WES en XDGA met medewerking van de Katholieke Universiteit Leuven in opdracht van het Departement RWO (april 2007)

Studie uitgevoerd door Laga & Philippe (ondertussen Laga) met medewerking van Dr. Geert Van Hoorick, Studiegroep Omgeving en

IDEA Consult.

Studie uitgevoerd door SUM research Urban Consultancy in opdracht van het Departement RWO van de Vlaamse overheid (september 2006).

  • Studie uitgevoerd door IBM Business Consulting, UGent en Statap in opdracht van AROHM.
  • Actualisatie uitgevoerd door How-to Advisory nv. in opdracht van het Departement RWO (september 2006)